Skip to Content

Taal-raadsel

Taal-raadsel

Ik sta aan de rand van Amsterdam in een reusachtig gebouw waar allemaal nuttige dingen voor de bouw staan opgeslagen. Je kunt ze daar kopen. Ik zie ook knoestige mannen handige karretjes voortduwen met grote planken, glimmende buizen, potten met verf. Ze zijn op weg naar de kassa.

De firma heet Bouwmaat, een naam die een te waarderen dubbelzinnigheid heeft.
Mijn zoon Pepijn, die me hierheen meevoerde, heeft me hier aan de balie niet ver van de kassa alleen gelaten, opdat hij iets zoeken kan dat hij van node heeft. Ik wacht op zijn terugkomst en kijk om me heen.

Mijn blik valt op schappen waar dingen uitgestald zijn die mensen in de bouw gebruiken. In grote letters lees ik dat al deze voorwerpen samen te benoemen zijn als HOUTVERBINDINGEN. Onder die verzamelnaam lees ik een detaillering:
. Stormankers
. Hoekankers
. Gordingschoenen
. Raveelschoenen
. Raveelijzers

Ik kom naderbij om de aldus benoemde voorwerpen van dichterbij te bekijken. Ze liggen in vakken, waarop ook weer woorden staan. Ik lees:
. Gordinglas
. Ruitersteun
. Opwaaiank.haak/veerGalv
. Koppelstrip

Ik heb in Sjanghai rondgewandeld en in Tokyo. Ik heb er taaltekens gezien waar ik geen enkele chocola van kon brouwen. Dat sprak vanzelf, ik kende de taal en de lettertekens niet. Anders gezegd: de code was me onbekend. Wie de code niet kent kan niet interpreteren.

Bij Bouwmaat ligt het probleem heel anders. Ik weet wel dat daar Nederlandse woorden staan. Toch zijn ze voor mij volkomen onbegrijpelijk. Ik ken de taal/code wel, maar mijn communicatie met de Afzender van deze boodschap wordt ernstig verstoord, ook al behoren die Afzender en ik tot eenzelfde taalgemeenschap.

De verstoring komt voort uit het feit dat ik absoluut niet weet waar die taaltekens naar verwijzen. Wat voor dingen houden zich achter die taaltekens schuil? Waar zouden ze voor dienen? Mijn ervaring met de Nederlandse taal helpt me wel een stukje op weg. Ik begrijp dat die rare woorden allemaal samenstellingen zijn. Ik moet dus in gedachten een streepje zetten tussen de onderdelen van de samenstelling. Een gedachtestreepje zogezegd.

Dat valt nog niet mee. Die soorten schoenen, dat gaat nog wel. Schoenen, daar heb ik dagelijkse omgang mee. Er gaat geen dag voorbij of ik heb schoenen aan mijn voeten. Het gaat hier dus om gording-schoenen en raveel-schoenen. Die moeten wel familie zijn van sneeuw-schoenen of leger-schoenen, denk ik. Wat een gording is zal mij wel altijd onbekend blijven, maar met raveel kan ik wel uit de weg, want Raveel is een belanrijk en zeer intrigerende hedendaagse Vlaamse schilder, van wie het Cobra Museum te Amstelveen in een prachtige expositie veel mooi werk heeft laten zien. Het vermoeden knaagt aan me dat die schoenen niets met die schilder te maken hebben, maar alla.

De stormankers en de hoekankers bezorgen me een hobbeltje op mijn interpretatieweg. Waar moet mijn gedachtestreepje komen? Stor-manker? Hoe-kanker? Nee. Dat kan het niet zijn. Ik ben wel even uit mijn evenwicht, maar besluit aldra dat het moet gaan om storm-ankers en hoek-ankers. Naar wat voor objecten in de werkelijkheid zulke woorden verwijzen? Ik zou het niet weten.

Dat geldt ook voor gordinglas (om te beginnen las ik gordin-glas alvorens te beseffen dat het wel gording-las zou moeten zijn), ruitersteun en koppelstrip. Om niet te spreken over opwaaiank.haak/veerGalv. Dat begint al bijna op Japans te lijken

Waarom vertel ik dit allemaal? Om te vertellen dat je bij Bouwmaat veel interessants kunt beleven, zelfs als je als onwetende sullig staat te wachten op een zoon met bouw-deskundigheid. Om te illustreren tot wat voor geestes-avonturen taal-beschouwing leiden kan. Om te tonen dat interpretatieproblemen niet alleen voortkomen uit gebrek aan taalkennis, maar ook door een lacune in je referentiekader.

Verwekt die onwetendheid treurnis? In het geheel niet. Ik besefte: de Voorzienigheid heeft mij naar Bouwmaat gebracht om een moment van pure poëzie te beleven. Pure poezie zoals Jan Engelman (zie afbeelding) die schreef:

VERA JANACOPOULOS

Cantilene

Ambrosia, wat vloeit mij aan?
uw schedelveld is koeler maandag
en alle appels blozen

de klankgezelle die ik vond
hoe zoete zoele kindermond
van zeeschuim en van rozen

o muze in het morgenlicht
o minnares en slank gedicht
er is een god verscholen

violen vlagen op het mos
elysium, de vlinders los
en duizendjarig dolen

Is het niet verrukkelijk? Poësie pure! Het zingt bij je naar binnen, en geen frons zal je voorhoofd rimpelen. Zoek geen betekenis, want die is er niet. Dank je wel, Jan Engelman, voor deze poëtische douche van taalpoëzie die onze zinnen streelt.