Skip to Content

literatuur

Grossman 6: Opium voor het kampvolk

Grossman 6: Opium voor het kampvolk

In het derde hoofdstuk van Grossmans roman volgen we Mostovskoy, de geheide communist, naar het nazi-kamp waar hij uiteindelijk terecht komt nadat hij bij Stalingrad in Duitse handen is gevallen. Hij wordt gestopt in het blok voor gevangenen die de bijzondere interesse van de Gestapo hebben. Ze worden er verhoord en gemarteld.

Grossman 5: een oprechte communist

Grossman 5: een oprechte communist

Het tweede hoofdstuk brengt ons binnen in het kamp. Een personage wordt gepresenteerd, in de eerste zin.

'In het Duitse kamp kreeg Michael Sidorovitsj Mostovskoj, voor het eerst sinds het tweede kongres van de Komintern de kans om zijn talenkennis echt te gebruiken.'

Grossman 4: maximen

Grossman 4: maximen

Specifiek voor Grossman: hij geneert zich niet voor zijn mening. Die stopt hij in zijn rijkgeschakeerde roman. En dan niet in de mond van een personage, waarachter de auteur zich zou kunnen verschuilen, maar recht voor de raap uit eigen mond. Zijn maximen zijn stelregels die hij geheel voor eigen rekening neemt.

Grossman 3: willing executioners

Grossman 3: willing executioners

In Grossmans eerste hoofdstuk worden niet alleen de menselijke maaksels beschreven die een landschap onmenselijk maken. Ook komen er even de 'willing excutioners' (Goldhagen dixit) voor die het materiaal aanvoeren.

Grossman 2: een onmenselijk landschap.

Grossman 2:  een onmenselijk landschap.

'Er hing een lage mist.' Dat is de eerste zin van Grossmans boek, 'Leven en lot'. Een zin als een metafoor. Het boek speelt zich in 1942 af. Een jaar van onmenselijkheid, opgelegd, uitgevoerd en ondergaan.

Duco van Weerlee, provo-poëet

Duco van Weerlee, provo-poëet

Ik herlas poëzie van Duco van Weerlee. Van zo'n vijftig jaar geleden, schat ik. Toen je hem provo kon noemen. Met dat woord worden de jongelieden aangeduid die ooit voorlopers waren van lieden die in 1968, in Parijs, een inspirerende cultuur-injectie gaven aan een samenleving die verstard geraakt was door geïnstitutionaliseerde gewichtigdoenerigheid.

Hölderlins zomer

Hölderlins zomer

Ik had mijn overdenking over het teken van Pienaar op het voetbalveld nog maar nèt geschreven, of per email bereikt mij uit Berlijn (afzender: Bernd Müller) een gedicht van Hölderlin (die zich ook noemde: Scardanelli).

Eva

Eva

Ik citeerde een passage in Vondels 'Adam in ballingschap'. Eva zwaait met een waaier aan taal-trucs om Adam zo ver te brengen om ook in de appel te bijten. Ik geef van die passage voor de aardigheid even een weergave in eigen woorden, vrij naar Vondel.

Adam en Eva

Adam en Eva

Adam in ballingschap, van Vondel, nu als opera opgevoerd in de Amsterdamse stadsschouwburg. Ik heb het gezien en gehoord. Was er niet kapot van. Meer wil ik er niet van zeggen, want ik blijf graag positief. Maar het was wel een goede aanleiding om Vondel er op na te lezen en te beseffen wat een groot schrijver hij is.

Magister von Biberach

Magister von Biberach

Een gedicht, uit Berlijn, van Bernd Müller, in dank ontvangen. Gemaakt rond 1480, toen François Villon waarschijnlijk al niet meer onder de mensen was, maar magister Martinus von Biberach nog wel.

Inhoud syndiceren