Skip to Content

Toen Thomas een zonnebad nam

Toen Thomas een zonnebad nam

Kabouter Thomas nam een zonnebad. Hij lag in de tuin met zijn rug tegen een molshoop. Als geoefend zonnebader wist hij precies welke houding de beste was als je bruin wilde worden. Gezicht gericht naar de zon, dat was belangrijk. En ontspannen. De rug dus goed ondersteund.

Mevrouw Geneugt verliet de supermarkt. Aan al haar armen hingen plastic tassen met boodschappen. In de ene tas zat yoghurt, Leidse kaas, een pondje tomaten, een papieren zak met een halfje gesneden pain de Boulogne, een pakje met theezakjes, een bos peterselie, een ochtendblad met veel contactadvertenties, een rol beschuit en goudkuipje. In de andere tas zat een pak fris, een pak chips, een halve liter halfvolle melk, een pak met vier rollen WC-papier, een blikje sardines, een plak melkchocola met hele hazelnoten, drie citroenen in een netje, vier afgewogen kiwi's en pastrami in plastic. Meer tassen droeg mevrouw Geneugt niet, vooral ook omdat ze niet meer armen had. Ze had er twee, om precies te zijn.

Bij de uitgang zat de Vieze Charmeur gehurkt met zijn glimlach en de krant van zijn hockeyclub. Hij zei nog wel 'Dag mevrouw' maar mevrouw Geneugt vond hem stinken. Dus liep ze door, zonder iets te zeggen. Die man was lucht voor haar, vieze lucht.

'Wat zit uw haar raar.' Wie zei dat daar? O natuurlijk, dat was de Boze Stiefmoeder, die net de supermarkt wilde binnenstappen. Altijd wat aan te merken, die Boze Stiefmoeder. Ze zei ook nog: 'Maar het staat u wel'.

Mevrouw Geneugt zei weer niets. Maar, voor ze doorliep, trok ze wel een pruimenmondje. Beschaafde dames onder elkaar doen niet of de ander helemaal lucht is. Ze ruiken trouwens naar Chanel Cinq.

Mevrouw Geneugt raakte in diepe gedachten. Waarom zei die Boze Stiefmoeder nou zulke dingen? En dan, hoe zat het nu met dat haar? Het zit raar, maar het staat wel. Hoe kan het nu raar zitten en tegelijk wel staan. Hoe kan het zitten en staan tegelijk?

Ze raakte zo in haar gedachten verstrikt, mevrouw Geneugt, dat ze niet oplette toen ze de straat overstak. Een auto moest hard remmen om haar niet ondersteboven te rijden. De remmen van de Porsche maakten een akelig piepend geluid. Er zat een heel erg blonde mevrouw in het voertuig. Die riep luid: 'Kun je niet uitkijken, stomme trut?' Geen beschaafde dame. Dan hoef ik het ook niet te zijn, dacht mevrouw Geneugt. Ze riep: 'Wat je zegt ben je zelf. En je haar staat raar. En het zit je helemaal niet.'

Je kon merken dat ze in de war was.