Tino Rossi

Tino Rossi. Zijn fluwelen stemgeluid bracht ons naar zuidelijke regionen, waar het warm was en het leven gemakkelijk. We hoorden hem al uit de verte, voor we achter de hekken van het stadion waren geraakt. Zijn stem kwam uit de luidsprekers om ons in de stemming te brengen.
Op het Roelof Hartplein waren we op de tram gestapt, mijn vader en ik. Lijn 24 ging tot aan het Olympisch Stadion. Dat deed ie toen, voor de oorlog. En hij doet het nog steeds. Zo hoort het ook - er zijn dingen die niet veranderen moeten.
Mijn vader had voor ons beiden een korte rit betaald, geloof ik, of had ik als achtjarig jongetje vrij reizen? Een korte rit kostte elf cent.
Blauw-Wit speelde zijn thuiswedstrijden in het Olympisch Stadion. De eerste wedstrijd die ik zag was een vriendschappelijke wedstrijd van Blauw-Wit tegen de Braziliaanse club The Corinthians. Het werd 6-5 voor de Brazilianen, ik meen me dat te aldus te herinneren.
De overweldigende indruk die dat allemaal op me maakte, het grote stadion, met al die mensen op hun zitplaatsen, de verkopers van leren kussentjes voor delicate billen, de verkopers van de programma's met de opstellingen, de deskundige mensen rondom die commentaar leverden en gepast juichten wanneer daar aanleiding toe was.
En in de pauze: opnieuw die meridionale stem. "O là là, c'est magnifique." Dat horen en naast je je vader weten, een goedhartige reus, een rots, een oude vriend die je meenam naar zo'n wonderbaarlijke feestelijkheid. Ik zou iedereen zo'n start in het leven gunnen.
Luister zelf:
