Skip to Content

Tsjechow/Sachalin/hartstocht

Tsjechow/Sachalin/hartstocht

Tsjechow over Sachalin. Over Woekol Popow, een dwangarbeider. Over diens lot. Een passage uit een tekst die als een proefschrift bedoeld is, van de hand van een grootmeester uit de wereldliteratuur.

'Een boer, Woekol Popow, trof zijn vrouw aan in de armen van zijn vader. Hij sloeg de oude dood.'

Zo begint de passage waarin Tsjechow vertelt van het levenslot van een van de dwangarbeiders op het eiland Sachalin.

Woekol werd tot dwangarbeid veroordeeld. Hij werd op Sachalin koetsier op een boerderij.

'Hij was jong, goedgebouwd. Een mooie jongen met een zacht en ingetogen karakter. Zwijgzaam; het was net of hij altijd droomde. Hij boezemde zijn bazen onmiddellijk vertrouwen in. Ze wisten dat ze de boel rustig aan hem konden toevertrouwen. Hij zou niet aan hun geld komen in de commode. Of aan de wodka in de kelder.

Popov kon op Sachalin niet trouwen. Hij had immers in zijn dorp een vrouw achtergelaten; die wilde niet scheiden. Dit is zo'n beetje de held van mijn verhaal.

De heldin van het verhaal is Helena Tertysjnaja. Dwangarbeidster, leefde samen met een kolonist, Kocheliow. Een kreng. Dom. Lelijk. Omdat ze steeds ruzie met haar minnaar zocht, had deze zich bij de overheid over haar beklaagd. Toen was ze overgeplaatst naar een fabriek.

Daar viel het oog van Woekol op haar. Liefde op het eerste gezicht. Wederzijds. Kocheliow kwam er achter. Hij drong er bij Helena op aan om bij hem terug te keren.

'Klets jij maar', zei ze. 'Als je wilt dat ik bij je terug kom, moet je eerste maar eens met me trouwen.'

Toen stelde Kocheliow een verklaring op waarin hij om toestemming tvroeg om met juffrouw Tertysjnaja in het huwelijk te treden. Die oestemming werd verleend. Ondertussen legde Woekol liefdesverklaringen af tegenover Helena. Die werden door haar even vurig beantwoord.

Maar Helena voegde daar wel een verklaring bij: 'Dat jij bij mij komt, dat kan ik doen. Maar een huishouden met jou beginnen, nee, dat kan niet. Jij bent getrouwd. En ik, ik ben als alle vrouwen, ik moet aan vastigheid voor mezelf denken en gaan met een goeie man.'

Toen vernam Woekol dat Helena spoedig zou gaan trouwen met Kochliow. Hij was wanhopig. En nam vergif in. Toen Helena daarna werd ondervraagd gaf ze toe: 'We hebben het vier keer met elkaar gedaan.'

Er werd verteld dat zo'n twee weken vóór zijn zelfmoord Woekol had staan kijken naar Helena toen ze de vloer aan het dweilen was. Men had hem horen zeggen: 'Ach! Vrouwen! Vanwege een vrouw ben ik hier, voor straf. Vanwege een andere ga ik er straks een eind aan maken.'