Gossman 1: Leven en lot

Ik lees Grossman, Leven en lot. Het is door Nicolaas Matsier gekozen voor bespreking tijdens de volgende bijeenkomst van onze leesclub, die de betekenisvolle naam 'Minjan' draagt. Het woord staat voor 'aantal/telling' in het Hebreeuws. Het verwijst naar het aantal mannen dat bijeen moest zijn opdat een rabbijn de dienst kon laten beginnen. Tien moesten er minstens zijn. Dat is ook het quorum waarnaar wij streven.
Het zou kunnen lijken dat Matsier ons strafwerk heeft opgegeven. De roman heeft zo'n achthonderd pagina's. Op het moment dat ik dit neerschrijf ben ik op zo'n honderd bladzijden van het einde.
Ik vrees dat einde, want het is een boek waarvan je niet wilt dat het ophoudt. Ik neem me voor om op deze blog bij stukken en beetjes te laten weten hoe dat komt. Nu ik het nog niet uit heb, weet ik al dat dit imposante stuk literatuur zich zal nestelen in de toptien van mijn favorietenlijst. Bedachtzaam als ik ben, verklaar ik nog niet 'het komt bovenaan', 'het wordt nummer één', maar dat gevoel heb ik op dit ogenblik wel, nu, in de greep van mijn vervoering.
Dit boek lezen, het is geen strafwerk. Integendeel. En over de leeservaring alsmaar vertellen, het is een geweldige verleiding.
Alleen al over de titel zijn veel mijmeringen aan de orde. Leven, dat is voor Grossman, kort en krachtig gezegd: vrijheid. De vrijheid hebben om naar eigen persoonlijke keuze te handelen. Het lot, dat is wat je ongevraagd overkomt, wat wordt opgedrongen door de omstandigheden, door de geschiedenis bijvoorbeeld, door alles wat je te boven gaat.
Grossman (1905-1964) is een Rus. De belangrijkste personages in zijn roman zijn Russen. We lezen vooral wat ze meemaken en waarover ze het hebben in de contekst van de Tweede Wereldoorlog, vooral in Stalingrad in 1942 ten tijde van de historisch zo belangrijke militaire nederlaag van de Duitse invallers. Maar ook wat er tezelfdertijd in Moskou gebeurt en beproken wordt. Alles tegen de achtergrond van stalinistische onderdrukking van eigen volk.
Ik noem met opzet de gesprekken, omdat die misschien nog wel meer dan de handeling de kracht en de schoonheid, kortom de waarde, van dit boek bepalen.
Wat een verrukking: ik voel me als lezer alsof ik mensen meemaak die oppervlakkigheid uit hun gesprekken weren, zonder opzet maar eenvoudigweg omdat het hun gewoonte is om zich verre te houden van onbenul en cynisme.
