Calis en Vondel

Als er iets is dat me woest kan maken dan is het wel een afzeikende recensie van een boek dat mij is als een vriend. Zo'n boek is de biografie die Piet Calis heeft geschreven over onze zeventiende-eeuwse topdichter. Ja juist: Vondel.
Die recensie verscheen in 'Ons Erfdeel'. Dat onvolprezen tijdschrift, opgericht door de onvolprezen Jozef Deleu, levert per aflevering zeer leesbare, goed geïllustreerde, artikelen die samen een beweeglijke encyclopedie leveren over taal en letteren en kunst in Vlaanderen en in Nederland. Wie geen abonnement heeft doet zichzelf tekort. Ik krijg het voor niks toegezonden, denk ik, omdat ik ooit wel eens iets voor ze geschreven heb, voor een krats, dat wel, maar de mij bewezen generositeit stemt me met grote erkentelijkheid. Die verachtelijke bespreking van het boek van Piet Calis beschouw ik dan maar als een als een aanmaning om niet te vergeten dat de volmaaktheid niet van deze wereld is. Laat ik het maar een 'tache de beauté' noemen, die schoonheid rondom beter doet uitkomen.
Wat is een biografie? Het verhaal van een leven. Zo staat het dan ook in de titel van het boek van Piet Calis over Vondel. Het vertelt over het leven van Joost. Niet alleen over dat leven, dat is het mooie, óók over de plekken waar hij geleefd heeft, vooral Amsterdam natuurlijk, over wat er gebeurde in Vondels tijd. En vooral over Vondels dicht- en toneelwerk, waarin wij reflectie op zijn tijd vinden. Zo komen wij lezers van alles aan de weet komen over die tijd. En krijgen tegelijkertijd zicht op Vondels betrokkenheid bij wat er rondom hem in de wereld gebeurde.
Het beste dat ik doen kan is een concreet voorbeeld geven uit Calis' Vondelbiografie. Het gaat over Laurens Reael, met wie Vondel contact heeft gehad. Ik geef een lang citaat, waarin veel leerzaams te vinden is, niet alleen over Vondel.
Dit schrijft Calis:
Reael was in 1619 afgereden als gouverneur-generaal van Nederlands-Indië en opgevolgd door Jan Pietersz.Coen. Die wisseling van de wacht leidde ook tot een verandering in het optreden van de VOC. Reael had een niet al te agresseve handelspolitiek in de Indische archipel bepleit, terwijl Coen een voorstander bleek te zijn van de harde lijn. Hij trad scherp op tegen de activiteiten van de Engelse East India Company en probeerde bovendien de uitgebreide inheemse handel tussen de verschillende eilanden zo veel mogelijk tegen te gaan, om daardoor de tussenhandel uit te schakelen en de prijzen laag te houden. Het gevolg was ontwrichting van de infrastructuur op de eilanden en zelfs schrijnende verpaupering en hongersnood.
In Vondels vers 'Het lof der zeevaart' (1623), opgedragen aan Reael, blijkt dat de dichter duidelijk partij voor diens meer humane standpunt koos:
Bezoekt vrijmoedelijk de veergelegen oorden,
Maar pleegt oprechtigheid in handel en in woorden,
Noch brandmerkt door geweld niet 't Christelijk geloof,
Noch mest u-zelven niet op 't vette van den roof.'
