Paul Wallenburg

Paul Wallenburg is gestorven. Hij was mijn vriend, dus mis ik hem. Ik bewaar veel herinneringen aan hem. Herinneringen aan gesprekken, aan gedeelde ervaringen zoals vrienden die hebben. In mijn huis zijn aan de muren foto's te zien die hij heeft gemaakt. Niet zo maar foto's, het zijn kunstwerken.
Ik moest sterk aan Paul denken toen ik gisteren een tentoonstelling zag met een overdosis aan foto's van de Amerikaanse kunstfotograaf Cy Twombly. Kunst? De begeleidende teksten en de foto's zelf schreeuwen het de kijker toe: dit is kunst. Ik kan er niet in meegaan. Ik vond het allemaal onanie met humbug. En dacht: geef mij de foto's van Paul maar. Daar voel ik iets bij. Gevoel voor wat hij ziet. Zonder gevoel is er geen kunst.
Bij Paul voel ik zijn liefde, zijn onderzoekende ziel. Zijn passie. Hij was een gepassioneerd wezen.
Kijk naar de piepjonge paddestoeltjes in zijn tuin die nog maar net de kop hebben durven opsteken boven de aarde. Paul heeft ze in zijn vizier genomen om ze het eerbewijs van zijn aandacht te brengen en hun tengere glorie aan anderen te kunnen tonen.
Waarom ik Paul mis? Om dit bijvoorbeeld: hij zou me hebben verteld dat dit niet zo maar paddestoeltjes zijn, als de champignons die we in de soep eten. Dit zijn geweizwammen. Hij zou de latijnse naam erbij hebben gegeven. Xylaria hypoxylon.
