Skip to Content

Een zeer been

Een zeer been

Meneer Viagra had een zeer been. Hij had het gebroken bij het schaken.
Hij speelde soms een potje met zijn buurman, meneer Dunnemans. Die kon veel berter schaken dan meneer Viagra. Dus moest meneer Viagra bij elke zet lang nadenken. Vooral omdat hij eindelijk wel eens partijtje wilde winnen, teneinde het aan mevrouw Geneugt te kunnen vertellen.

Jongens uit de buurt kwamen soms kijken naar de partij Viagra-Dunnemans. Ze spraken dan over de stelling op het bord en de kansen voor meneer Viagra. Ze maakten ook grappen. 'Als ie maar niet
op die zuurstok zoog...' zeiden ze. Of: 'Daar krijgt ie al die rimpels van...' Gelukkig hoorde meneer Viagra die flauwe opmerkingen nooit. Als hij schaakte was hij geheel in de partij verdiept en vergat alles om hem heen. Meneer Dunnemans hoorde de grappen ook niet, want in afwachting van meneer Viagra's tegenzet las hij verder in zijn boek, De Gebroeders Karamazow.

Meneer Viagra klemde bij het nadenken zijn rechterbeen heel vast om de stoelpoot. Zonder nadenken uiteraard, want zijn nadenken was geheel op de volgende zet gericht. Als de partij afgelopen was, moest hij dat been heel voorzichtig weer los van die poot worden maken. Het been sliep dan altijd.

Dat vastklemmen is heel gevaarlijk. Niet om het te doen. Maar wel om het te vergeten. Want door dat vergeten had hij nu dat zere been. Het was gebroken. In het ziekenhuis was er gips omheen aangebracht, zodat hij niet gewoon lopen kon. Wat wel leuk was: op het gips kon iedereen iets snedigs schrijven. 'Kop op.' 'Niet hollen.' Dat soort dingen. Lachen geblazen, dus.

Meneer Viagra zat nu in de tuin te genezen. In een gemakkelijke stoel. Het zere been steunde op een tuinstoeltje. Op een rond tafeltje naast hem stonden gezellige dingetjes: een glas met frambozenlimonade, een schoteltje met jofele nootjes, zijn mobieltje, een transistor-radiootje en de Bijbel in de allerlaatste vertaling.

Meneer Viagra hield van lezen. Hij las heel langzaam. Het liefst had hij dat mevrouw Geneugt hem kwam opzoeken en dan stukjes voorlas. Daar genoot hij van, vooral omdat ze zo'n mooie zachte stem had. Soms zei hij: 'Wat ben je toch zoetgevooisd.' Dan bloosde mevrouw Geneugt.

Die dag van het been had hij gedacht dat hij een geniale inval had.
Hij pakte zijn koningin. Meneer Dunnemans sprak altijd gewoon van 'dame'. Meneer Viagra plaatste zijn koningin zij aan zij met de vijandelijke koning. Hij nam zijn zuurstok uit zijn mond. 'Mat!' riep hij. Een triomfantelijke glimlach tekende zich af op zijn gezicht. Zijn wenkbrauwen kwamen omhoog. Zijn ogen glinsterden en drukten zonder woorden uit: 'Daar heb je niet van terug.'

Meneer Dunnemans keek hem wel dertig seconden aan. Toen tilde hij langzaam een loper op. Meneer Viagra noemde dat stuk altijd 'raadsheer'. Meneer Dunnemans liet de loper even wiebelen tussen duim en wijsvinger. Toen sloeg met grote kracht de koningin van het bord.

Het was meneer Viagra alsof hij zelf geslagen werd.

Het vastgeklemde been vergetend, sprong hij om hoog.